woensdag 18 oktober 2017

Geef mij maar herfst


Met zware stappen
de weg vertrappen.
Zomer verdwijnt,
blad verkwijnt.
Tijdloos dood,
 groen tot rood.
Wind, mist en regen
belofte van zegen.






zaterdag 14 oktober 2017

Zoenen is geen zonde

'Wie van jullie houdt er van dichten? Of van gedichtjes?'  Aarzelend gaat er een vinger half omhoog. Daar de rest van de klas geen sjoege geeft, gaat ook deze vinger snel omlaag.
'Oké, wat is het woord dat bij jullie opkomt, als ik het woord 'gedicht' noem?'
Het woord 'saai' is  het meest gehoorde antwoord.
Theatraal laat ik mijn lesboek uit de hand vallen, slaak een zucht en begin het volgende te declameren:

Een zekere Achmad uit Bagdad
zat met zijn gat op zijn badmat.
Zo las hij zijn dagblad
en iedereen zag dat
't Is raar, maar in Bagdad daar mag dat.

Hier en daar verschijnt een grijns. Ik zet dit gedicht op bord en vraag om reacties. Deze, variërend van leuk, grappig tot racistisch, zet ik in steekwoorden er omheen. En bespreek ze. 
Hierna, om de flow er een beetje in te houden, vertel ik hen een ander verhaal. Over mijn allereerste gedichtje:
"Op mijn twaalfde, in wat nu groep acht heet en toen nog klas zes, zat ik bij  een meisje in de klas. Het eerste meisje dat ik echt leuk vond. Op een mooie dag vroeg ze mij om in haar poëziealbum te schrijven. Nonchalant zei ik ja, terwijl mijn hart bonkte. De hele dag kon ik aan niets anders meer denken. 's Avonds eerst de poëziealbums van mijn zussen gecheckt. En vervolgens een gedichtje opgeschreven. Ik weet niet meer of het nu uiteindelijk plagiaat was, een liedje dat ik gehoord had, of toch nog een eigen bewerking. Hoe dan ook, ik was blij met het resultaat.
De volgende dag haar het boekje, ook weer quasi nonchalant, teruggegeven. Tot mijn schrik ging ze het direct, midden op het schoolplein, lezen. Al lezende begon ze te kleuren, tot ze hoogrood werd. Ze sloeg het boekje dicht en mij tegen het hoofd"
 'Ik kan de klap nu nog voelen', deel ik mijn klas mee met mijn hand aan mijn wang.
'Wat had u geschreven meneer?' 
Ik laat ze niet langer in onzekerheid en zeg het gedicht op:

O mijn zoete, lieve blonde!
Zoenen is geen zonde,
zoenen is geen kattenkwaad
Als het maar uit liefde gaat.

Het blijft even stil, hier en daar wat gegrinnik. Nadenkende blikken. En de vraag waarom ze boos geworden was. Deze vraag geef ik de klas terug: 'Waarom sloeg ze me?' De antwoorden variëren van ' Ze was niet op u' tot 'ze schaamde zich'. Bijna allemaal zijn ze het er wel over eens dat mijn eerste schreden op het wankele liefdespad niet echt succesvol waren. Een meisje zegt: 'Misschien zag ze u wel zitten, maar schrok ze gewoon nu ze het zo las'.
Ook dit gedichtje op mijn bord gezet. Nu met 'grappig', 'boos', 'pijnlijk', 'schrik' er als steekwoorden omheen.

Nu zet ik het laatste gedicht op het smartboard. Een grafdicht:

Hier ligt Poot.
Hij is dood.

Ik negeer bewust de ietwat ongemakkelijke glimlachen van mijn leerlingen. Dan vertel ik ze het verhaal van Huibert Corneliszoon Poot, de boer en dichter. Die na een hard leven waar drank en dwang een rol in speelden, eindelijk zijn jarenlang onbeantwoorde liefde tot zijn vrouw maakte. Samen kregen ze een dochter. Deze sterft na acht dagen. Waarna  Huib nog één gedicht schrijft. Een paar maanden later ging hij op vijfenveertigjarige leeftijd zijn dochter achterna. Honderd jaar na zijn overlijden verscheen bovenstaand grafschrift.  
De glimlachen van mijn leerlingen zijn inmiddels getransformeerd tot nadenkende blikken. Wanneer we steekwoorden opschrijven komen we bij hele andere woorden uit.

De laatste tien minuten van de les mogen ze vrij lezen. Ik loop door het lokaal. Genietend, maar ook wel enigszins trots op deze mooie les.
Tot een meisje door de klas roept: 'Hey meneer, u moet de groeten van mijn moeder hebben!'  Ik vraag wie haar moeder is. Ze vertelt  me dat ik vroeger bij haar moeder in de bus gezeten heb. Als scholier bezocht ik zes jaar lang een ver verwijderde middelbare school. Op mijn opmerking 'Dat je moeder dit nog weet', antwoordt de leerling met een grijns 'Mijn moeder zei dat u heel vaak uit de bus gezet werd.'
Nooit meer aan gedacht maar nu herinner ik het me. Iets met repetitieblaadjes die weggemoffeld moesten worden en via noodluiken brandend naar buiten konden.
Deze keer is ook de leraar blij dat de bel gaat. En dat de herfstvakantie begint.

















donderdag 5 oktober 2017

Doodgewoon

Hoe meer ik denk en dicht met alledaagse dingen,
door het gebruik van hele doodgewone woorden.
Vroeger als simpel aan mijn vocabulaire toebehoorden,
zij nu hun éénduidigheid ontspringen.

Neem doodgewoon als woord.
Horende zien van laatste hort en stoot en zucht,
adem, geest en leven niet meer vecht maar vlucht;
Ik ontdek dat gewoon en dood niet samen hoort.

Afleggen, gevolgd door kisten?
Ooit iets met afstand en vooral niet laten doen.
Nu het besef dat zij hun echte inhoud misten.


Dan de vraag over rauw verdriet.
"Neem de tijd’ als welgemeend advies;
mijn gevoel is moe en leeg en anders niet.

donderdag 14 september 2017

Mama

02-06-1930       -       13-09-2017
Moeders 
komen niet te laat
en gaan niet te vroeg.
De aarde huilde toen je ging
De hemel lachte toen je kwam.
Regenboog als ontvangstbevestiging.
Dankjewel mama!

zaterdag 9 september 2017

Mijn Washai


Das Boot
Aan de grond gelopen
't ruime sop gekozen.
Ankers opgehaald,
een wereld te bevaren.
Ontdekken en beleven
van verre horizonten.
Altijd nieuw
en altijd lerend.
Vaar tuigje,
vaar als nooit tevoren.
Gooi die zeilen uit
leef lerend,
en
leer levend.

woensdag 6 september 2017

SUMMER BBQ


Nadat we enkele jaren met een paar mensen het buurtfeest organiseerden, waren we nu met een man of vijf, zes. In mei de uitnodigingen zoveel mogelijk persoonlijk overhandigd. 
We kozen voor een andere opzet dan voorgaande jaren. Nu geen Amerikaanse Party maar volledig verzorgd feest. We hebben een subsidie aangevraagd en gekregen van 'Goudapot'.  Erg fijn om te merken dat onze stad ook daadwerkelijk in haar wijken wil investeren. 
Daarnaast hebben we alle bezoekers om een bijdrage gevraagd. Bij elkaar voldoende om een mooi feest te bekostigen.


Op vrijdag bracht Cyclus de afzettingen waar we ons feestterrein mee konden afzetten. Al vond het feest plaats in een verkeersluwe hoek van de wijk, toch fijn dat we hierdoor ook de straat konden gebruiken en kinderen lekker konden spelen en krijten.


Zaterdagmorgen hebben we de spullen gehaald. Handig dat we als wijk gewoon beschikken over meerdere partytenten, biertafels, etc. Ook erg fijn dat iemand daar ruimte voor beschikbaar heeft om op te slaan.
Misschien een tip voor het volgende buurtfeestje: Nee, de tentstokken van de partytent zijn niet allemaal van dezelfde lengte. Kost best een beetje extra tijd als je daar halverwege achterkomt.. Gelukkig kwam er iemand met koffie.  En uiteindelijk stond ie als een huis. En met dit mooie weer konden we de andere in de doos laten. 
Wat ook hielp is dat één van de organisatoren een baan heeft bij een niet nader te noemen drankenmerk. Mooi om te zien hoe de leuke mixjes werden klaargemaakt. Zelfs de ijsblokken waren uniek van vorm en van kleur. Het zag er niet alleen leuk uit, de smaak was ook perfect!





De door buurtbewoners aangeleverde barbecues voldeden allemaal aan de rooktest waar ze aan onderworpen werden. 
Eén werkte zelfs zo goed dat we deze alleen voor even aanbakken konden gebruiken. Naast het stokbrood was er vlees. Echt genoeg voor iedereen. Zelfs aan de veganisten was gedacht. Mooi ook hoe bezoekers spontaan hielpen om één en ander voor elkaar te krijgen. Iets met mannen en vuurtjes denk ik.




Halverwege het feest verscheen onze ingehuurde ijscoman. Ook echt een succes. Kinderen en volwassenen genoten van het overheerlijke ijs. Het springkussen maakte het feest compleet. En een mooi feest was het! Waarbij het prachtige weer ook een mooi geschenk was.  



Chillen aan een picknicktafel, krijten op de stoep of springen op een kussen, het kon allemaal!



Leuk ook om te horen dat een sommige mensen kwamen om nieuwe mensen te leren kennen. En anderen om buren die men tot dan toe alleen vluchtig zag en groette beter te leren kennen. Dit maakt een buurt tot meer dan een verzameling huizen waarin ieder zijn of haar eigen leven leeft. Ook dit feest heeft weer bijgedragen aan de gedachte dat we zelf de buurt zijn. U, jij en ik. Samen. 
















maandag 4 september 2017

Nacht



Wakend
over haar 
die
mij leven gaf
Inoperabel.
Comfortabel.
Onrust
gesust.
Haar geest
vertrokken.
Ruime vertes
lokken.
De tijd
verlopen
verstrijkt
en
slijt.
Nog geen leegte.
Al wel gemis.
Wachtend
tot het leven
wordt
gegeven.



woensdag 30 augustus 2017

Luizenleventje

Tja, het klinkt misschien wat raar om mee te beginnen, maar ik verdien zeshonderd euro per maand meer dan mijn collega die lesgeeft op een basisschool. Netto heb ik het over.  Mijn collega moet er meer voor doen en krijgt er minder voor terug. In loon dan.
Hij (of in de meeste gevallen zij, maar voor de leesbaarheid beperk ik me vanaf hier tot de mannelijke variant) heeft wel drie keer per dag contact met ouders. Aan het schoolhek kan dat, en anders zoeken ze hem wel op in zijn lokaal. En het voordeel van deze tijd, waarin iedereen wel een keer een cursus assertiviteit heeft gevolgd, is dat hij daar heel veel tips krijgt; hoe hij het anders en beter kan doen.
Ik daarentegen heb drie keer per jaar een zogenaamd tienminutengesprek met ouders. Volledig geregisseerd en ingekaderd. Alleen als er echte bijzonderheden zijn, nodig ik ouders uit voor een gesprek op school. Meestal is dat niet een setting waarin ik veel tips en/of verbeterpunten van hen krijg.
Daarnaast heeft mijn collega het voorrecht dat in zijn klas alle niveaus vertegenwoordigd zijn. Hij mag zich verdiepen in alle verschillen in cognities waardoor hij zo gedifferentieerd mogelijk kan lesgeven. Ik moet mij beperken tot één niveau.
Ook mag mijn collega in het basisonderwijs veel meer registreren over elke leerling. Allerlei diagnostische toetsen komen langs. Vlak ook al die cursussen die gevolgd mogen worden, om deze toetsen af te nemen, niet uit. Plus nog eens de cursussen om de uitkomsten van deze toetsen juist te duiden en vast te leggen.
Dan het het numerieke voordeel: Waar ik het gemiddeld met een leerling of twintig, vijfentwintig moet doen, heeft mijn collega op de basisschool er al snel een stuk of zeven, acht meer.  Tel uit je winst! Zeven schriften meer om na te kijken. Per vak hé! En ook zeven oudercontacten meer.
Om nog iets te noemen: De leeftijd. Heb ik de leerling zo gemiddeld rond de leeftijd van een jaar of veertien, mijn collega heeft ze jaren jonger. Hij mag zich druk maken over lichamelijk opvoedkundige dingetjes (u weet wel; toiletbezoekjes, luizen, broodtrommeltjes en gezonde hapjes), bij mij valt daar geen eer meer aan te behalen. Doen ze zelf wel.
Oh ja, bijna vergeten: Voor hem is het klimaat in het dorp, buurt of streek ook van belang. Hij weet precies wat er speelt tussen ouders onderling.  Heeft de mogelijkheid om het zoontje van de ietwat snobistische aandoende bankier naast de dochter van de dorpsvrijbuiter te zetten. Nee, dat lukt mij niet op een school met vierduizend leerlingen.
Als laatste, stel dat die meester (of juf; ik kan 't niet laten om haar toch even te noemen) toch evenveel  als ik zou verdienen: Wanneer zou hij, of zij, dat nu op moeten maken?  Ik heb echte vakanties, die ik helemaal kan benutten, en daarnaast nog een uurtje of vijftig per jaar die ik facultatief kan opnemen. Maar hij? Hij staat zelfs op zaterdag nog bij de Action in de rij. Viltstiften, markers en stempels te kopen. Zijn bovenschoolse directeur, die dit normaal gesproken deed, is namelijk leraar bij ons geworden.



donderdag 24 augustus 2017

Leerstoel

 De eerste lessen gaan zo beginnen. Een snelle blik door het lokaal. Even rust mijn blik op een leeg stoeltje. Elke leerling brengt het komende jaar drie uur per week op zo'n stoeltje door. 
Mijn mentorleerlingen zelfs meer dan het dubbele. Zeven uur. Er zijn relaties die het met minder moeten doen. Nu nog zorgen dat het de juiste kwaliteit heeft.  Voordat de deur opengaat, lees ik de middelste regels van een mooi gebed dat in mijn lokaal hangt:  “And may I lead that child through paths of wonder….not of fear”. 
Ze mogen binnenkomen.

vrijdag 18 augustus 2017

Kaarten op tafel

(inzending 120woorden.nl, weekthema antecedenten) ‘Ook dit jaar verwelkomen we  nieuwe collega’s. Het zijn er zestien.  In het programmaboekje over de opstartweek van het schooljaar staan de foto’s. Ik ga ze niet voorstellen, alleen over één iemand heb ik een mededeling.' De directeur voorin de aula zwijgt even, en vervolgt: ‘Het betreft (hier volgt een naam),  hij is klaar met zijn behandeling in een kliniek. Daar was hij opgenomen  voor zijn gokverslaving. Normaliter doen we geen mededelingen over antecedenten van nieuw aangenomen personeelsleden. Maar in goed overleg met hem hebben we besloten dit nu wel te doen.‘
In de stilte bladert mijn buurman in het programmaboekje.  Als hij bij mijn naam de foto ziet, kijkt hij me even aan en doet zwijgend het boekje dicht.

dinsdag 1 augustus 2017

Er is altijd wel een ezel.


Vakantie in stukjes van 120-woorden (doen mee met het weekthema bij 120W.nl):




Deel 1.
Vanmorgen vertrokken voor een fikse voettocht vanuit ons natuurhuisje in de Sierra del Baza (Andalusië) naar het dichtstbijzijnde dorpje.
Aangekomen heeft mijn visioen van dorpspleintjes, koud water en een heerlijke siësta al vrij grote vormen aangenomen.
Wat nog in de weg blijkt te staan tussen mij en mijn geluk is een ezel. Dwars in de nauwe doorgang die mij toegang moet verlenen tot mijn verbeelde eldorado.
Dichterbij gekomen zie ik twee dingen. Hij staat vast en draagt een last.
Terwijl ik hem met zachte dwang ruimte wil laten maken komt er iemand aan. Deze man, slingert hem wat verwensingen toe en zorgt dat ik er langs kan.
Naast de fontein gezeten, bedenk ik, dat er altijd wel een ezel is.

Deel 2.
's Avonds installeer ik me op ons terras. Een soort ruwe plavuizen, afgewisseld met stukken marmer, bedekken de grond. Gestapelde terracotta-kleurige stenen vormen de muurtjes. Met op de hoeken vierkante pilaren, van dezelfde stenen, die het dak torsen. Langs de pilaren slingert zich allerlei groen naar boven. Het dak is van leistenen op een ondergrond van leem en riet. De tafel waar ik aan zit te schrijven heeft een gietijzeren poot met een niet te tillen marmeren blad. Er is hier van alles van marmer, het wordt in deze omgeving gewonnen zag ik vandaag. Alleen de stoelen. Die zijn gemaakt van hard plastic. In een hardblauwe Ikea-kleur.  Gemakkelijk aan de kant te schuiven voor de foto's op mijn tijdlijn van Facebook.





Deel 3.
Na een ontspannen dagje heb ik vanavond de top beklommen. Geen bijzondere prestatie daar ons huisje op zo'n twaalfhonderd meter staat. En de berg in z'n geheel zo'n zestienhonderd meter haalt. Weer wordt mijn weg gekruist door een ezel. Een witte ditmaal. Ik zie hem al in de verte staan terwijl ik via een smal slingerpaadje de berg afdaal.  Zo te zien staat hij bezijden het pad. Vast aan een paal. Genoeg ruimte voor mij om te passeren. Mijn gedachten nemen de vrije loop. Ik begin steeds meer te betwijfelen of het nou wel echte sta-in-de-wegs zijn. Ergens krijg ik het idee dat deze ezels mij wat te zeggen hebben. Ik besluit te luisteren naar de ezels op mijn pad.





Deel 4
Tijdens een fikse bergwandeling denk ik na over ezels. Mijn historisch ezels-besef beperkt zich tot de ezels-geschiedenissen in de bijbel.
Bileam luisterde niet naar zijn ezel. Een bloedbad was het gevolg. Eigenlijk was het een ezelin zoals iemand mij vertelde. Een ezel in vrouwelijke vorm lijkt me sowieso iets om rekening mee te houden.
Mordechaï kreeg, nadat bekend werd dat hij een aanslag op de koning verijdeld had, zijn ererondje op een ezel. Voorafgegaan door zijn aartsvijand Haman die aan de galg eindigde. Hiermee werd een genocide voorkomen.
Simson slingerde met een bot van een dode ezel in het rond en redde daarmee zijn volk van de vijand.
Langzamerhand zie ik de ezel als het viervoetige equivalent van de vredesduif. 



Deel 5
’s Morgens in de tuin van ons natuurhuisje Las Castanetas, komt de zon tevoorschijn  vanachter de hoogste berg in de omgeving. Deze berg, El Blanquillo genaamd, is bijna tweeduizend meter hoog. Er zijn westelijker nog veel hogere. Niet voor niets is de Sierra Nevada, die zich door Andalusië slingert, op de Alpen na,  de hoogste bergketen in West-Europa.                                                           Hier huist naast de ezel ook de steenbok. Mijn sterrenbeeld. Benieuwd of ik hem, net als de ezel, nog ga tegenkomen. Ik lees dat waar de steenbok solitair leeft, de ezel eigenlijk een kuddedier is. Het mannetje bakent een terrein af met zijn poep. Daarbinnen leeft zijn kudde; ezelinnen en veulens. Je leven begrenzen door je eigengemaakte troep.  Best wel pientere ezel.

Deel 6
Gisteren is hier iets heel ergs gebeurd. Terwijl wij met onze auto naar de garage zijn, iets met koppelingsplaten, overloopt de eigenaresse van ons huisje  een hert. Deze schrikt en rent naar de enige plek op het perceel waar het gaas hoog en sterk is. Waarschijnlijk omdat haar jong aan de andere kant staat. De pogingen om over en door het gaas te komen mislukken. Het  dier breekt haar nek. Het kadaver is vervolgens weggebracht naar een plek hogerop in de bergen, waar de gieren er iets mee kunnen. Er blijven hier een eenzaam reekalfje en een paar verbijsterde mensen achter. Geen conclusie over een vermeende wrede natuur en mens. Gewoon een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Daarom des te verdrietiger.



Deel 7


De dag begon door een ontmoeting met een kudde koeien. Midden op mijn pad. De ezel kwam niet vandaag. Bleef al een paar dagen uit. Vandaar dat ik mijn eigen ezelsstal maar ga uitmesten.
Gezeten onder een notenboom waarvan de notendoppen van vorig jaar nog getuigen van een goede oogst, passeren de verschillende ezels mijn gedachten

Op een avond als deze, met een opkomende volle maan boven het omringende gebergte, voelt het goed om je ezels weer eens te bekijken. Of te koesteren. Of na te denken hoe je sommige op afstand houdt. Kan ik ze onderwijl een beetje voor de geest halen; al die ezels die hierin ooit huisden. Of dat nog doen. Tijdelijk of permanent.

.

Ezelslot
Vanaf de garage, waar mijn gemotoriseerde ezel van nieuwe koppelingsplaten is voorzien, vertrek ik richting ons huisje.
Eerst een bergrug over, dan een dal door, om vervolgens aan de andere kant weer omhoog te gaan. Het dal is bedekt met olijfgaarden. Deze strekken zich uit tot halverwege de bergen. Daarboven rotsen, vlaktes en naaldbomen. Met een blik op de volgende bocht overdenk ik de nachtelijke ontmoeting met mijn ezels.
In gedachten komen ze allemaal nog eens langs: De boerenezel, de vogelaarsezel, de familie-ezel, de bevindelijke ezel, de verslavingsezel, de kankerezel, de pijnezel, de reisezel de vriendenezel, de hardloopezel, de geloofsezel, de hoopezel en de liefdesezel.
Gekoesterd, verdwenen of af en toe terugkomend; het zijn mijn ezels. En dat blijven ze.





woensdag 26 juli 2017

Donker


Donker, vaak
ontbreken van licht.
Of een dikke deken,
die niet lichter
worden wil.

vrijdag 21 juli 2017

Mijn droomjaar


Elke morgen mijn mentorklas ontvangen.  Een stuk of twintig leerlingen van een jaar of veertien, vijftien. Ze volgen het VMBO-onderwijs op basisniveau. Jongens en meiden met veel talenten, alleen wat minder op het cognitieve vlak.
Dat wil niet zeggen dat het alleen maar doeners zijn. Nee, er zitten meer ‘d’tjes’  in: dromers, denkers, doorzetters en durvers.  Het verschil zit ‘m  in de volgorde. Eerst doen en dan denken. Of net zolang blijven dromen tot de tijd van doen voorbij is. En durven waar anderen nog aan het denken zijn.  Wanneer ze in een eerder stadium tegen grenzen aanlopen, worden zij als het goed is, uitgedaagd om door te zetten.
Dit laatste element,  het doorzetten, hier gaat mijn droomjaar over. Leren is zoveel meer dan feitenkennis verzamelen. School zou zoveel meer kunnen zijn dan pasklare stof tot je nemen. We leven  in een tijd waarin alles op te zoeken valt, waarin gedebiteerde waarheden vrij snel gecontroleerd kunnen worden maar ook ontbrekende kennis vrij snel aangevuld. In plaats daarvan zouden we veel meer kunnen inzetten op de zoektocht. De zoektocht naar hoe we leren, wat daar de juiste middelen voor zijn en wat ons uiteindelijke doel is.
Willen we echt alleen maar zichtbare resultaten op het vlak van meetbare kennisvermeerdering? Of zijn we ook nog op zoek naar een soort van ‘heilige graal’. Willen we streven naar idealen die misschien niet bereikbaar zijn,  maar waarbij de zoektocht alleen al een grandioze ervaring is. Die ons helpt om te leven.
Nu de invulling van mijn droomjaar:  Mijn klas, die elke morgen mijn lokaal binnenwandelt.  In rust de dag beginnen. Bij ons op school betekent dit een religieus meditatief moment ,  waarin we zingen, bidden en uit de Bijbel lezen. Gewoon omdat dit is waar wij als school voor staan. Kinderen zijn dit ook van huis uit gewend.  Aan mij de taak om de, niet altijd naar vroomheid strevende, leerling uit te dagen en te inspireren vanuit onze beginselen.  Daarbij tijd nemen om ruimte te geven aan persoonlijke verhalen. Kostbaar moment. Vragen misschien wel belangrijker dan antwoorden.
Hierna gaan we een uurtje iets doen met de Nederlandse taal.  Nadruk ligt op communiceren en presenteren.  Hier het evenwicht zoeken tussen wat goed is voor dit type leerling en wat nodig is voor de ontwikkeling en toekomst van hen.
Na dit uur, inmiddels is het tien uur, gaan we naar buiten. Op maandag maken we een wandeling, dinsdag gaan we hardlopen, ’s woensdags een teamsport,  op donderdag snelwandelen en als laatste  vrijdags nog een keer hardlopen.  Uiteindelijk sporten we een veertig minuten, de rest gaat op aan omkleden en douchen.
Tegen elf uur zijn we dan weer in het lokaal waar de helft van de klas pauzeert (in het lokaal) en de andere helft de lunch gaat voorbereiden. Die voorbereiding duurt een half uurtje zodat we om half twaalf kunnen lunchen. Voor de lunch nemen we uitgebreid de tijd.  Nadruk ligt hierbij op gezonde voeding. Alles gebeurt volgens een vast schema. We hebben een rooster waarin lang van te voren inzichtelijk is wie verantwoordelijk is voor wat. En het maakt niet uit of je nu afwasser, inkoper, menuschrijver of tafeldekker bent. Door het jaar heen krijgt iedereen uiteindelijk elke taak meerdere keren. We zijn tenslotte wel een school. Oh ja, by the way, alles rondom en tijdens de lunch vindt in het Engels plaats. Hiervoor is een docent Engels ingevlogen die dit begeleidt.
Na de lunch is het tijd voor wiskunde. Hierbij ligt de nadruk op toepasbare kennisverwerving en inzicht krijgen in logische denkpatronen. Nu wordt een wiskundedocent ingevlogen. Ondertussen is het half twee. Tijd voor een half uur pauze. Leerlingen mogen naar de aula of naar buiten. Ze zijn verplicht om het lokaal te verlaten.
Om twee uur starten we met Burgerschap. Hierbij hebben we dagelijks een ander onderdeel dat elke week terugkomt. Zo hebben we maandag een geschiedenisdocent die anderhalf uur vanuit de geschiedenis lijnen naar het heden en de toekomst probeert te trekken. Op dinsdag mag ik als mentor de invulling geven. De nadruk ligt dan op levensbeschouwing. Op woensdag hebben we altijd een extern iemand. Die aan de hand van een film, een presentatie of een verhaal ons bij komt praten over de wereld buiten. Op donderdag trekken we er op uit. We gaan kijken bij een afvalverwerkingsbedrijf, een aannemer of een verzorgingshuis. Vrijdags zijn we op school bezig met onze  toekomst. We verwerken dan alles van de afgelopen week. Ook evalueren we onze leerdoelen van de voorbije week. Die van ons als klas als ook die van iedereen individueel. De zogenaamde tips en tops bespreken.

Het volkslied zingen is onze afsluiting. Het liefst bij de vlag op het schoolplein. Daarna wensen we elkaar een goed weekend en gaan  naar huis. Naar onze gezinnen, (bij)baantjes en hobby’s.  Toepassen wat we geleerd hebben.